Baas over eigen kwaliteit

Waarover gaat het?

Als je een onderwerp zoekt om eens flink van gedachten te wisselen, moet je zeker eens vragen naar ieders opvatting over wat kwaliteit is. Het duurt gewoonlijk niet lang eer je belandt in oeverloze discussies over de invulling van het begrip of zijn afgeleiden: ’niveau’, ‘peil’. Het is niet uitgesloten dat een klaagzang volgt over de achteruitgang van het peil van het onderwijs. Kwaliteit is wellicht een van de meest misbruikte begrippen in de vele discussies. Naargelang van het geval zie je dat kwaliteit als begrip vaak dient als een bedrieglijk vignet, een dooddoener of een vluchtweg. Het is ook gebonden aan een bepaalde cultuur of aan een bepaalde periode in de geschiedenis. Het is dus noch een neutraal noch een vast begrip.

Het begrip is eeuwenoud en het keert dan ook met de regelmaat van een klok terug in de actualiteit.

Die actualiteit is er met een recent en interessant advies van de Vlaamse onderwijsraad (Vlor): Onderwijskwaliteit in breed perspectief. Dat advies is een goede aanleiding om het begrip ‘kwaliteit’ wat van dichterbij te bekijken.

Kwaliteit is tijd-ruimtelijk verbonden

Als je naar een gemeenschappelijke noemer zou zoeken van wat kwaliteit is in alle onderwijssystemen van de wereld, zal je geconfronteerd worden met grote verschillen. Buiten het gemeenschappelijke doel van leren lezen, rekenen en schrijven, zal je op grote verschillen stuiten. Allerlei culturele en situationele factoren spelen daarin een rol. Bijvoorbeeld:

  • de overheersende godsdienst,
  • de mate van economische ontwikkeling en de daaraan gepaarde graad van armoede,
  • de geografische en klimaatomstandigheden,
  • rurale of stedelijke samenlevingen,
  • centralistische, dictatoriale of democratische systemen,
  • opvattingen over het gezin,
  • ethische prioriteiten (bvb seksualiteit, man-vrouwrelaties),
  • solidaire of individualistische samenlevingen,
  • gebruikte talen,
  • de scholarisatiegraad…

Onderschat ook niet de historische geladenheid van wat op een bepaald moment in een land ‘kwaliteit’ wordt genoemd. De geschiedenis van een volk of een natiestaat laat een voetafdruk na over wat men daar als kwaliteit beschouwt. Het nazisme bijvoorbeeld, heeft er in Duitsland toe geleid dat men overgevoelig wordt voor eigen initiatief in de scholen. Het resultaat is een dichtgetimmerd onderwijsbeleid waarbij zowat alles wat op school gebeurt in besluiten en omzendbrieven wordt vastgelegd. Een gelijkaardig voorbeeld is de onderwijskwaliteit in de mediterrane landen (Frankrijk, Griekenland, Italië, Spanje, Portugal). Die is gestoeld op gepercipieerde waarden van de Franse revolutie met de Napoleontische verregaande centralisering, gepaard aan de idee van een neutrale lekenstaat (‘laïçité’). Inbreng van ideologie kan je in dat perspectief best vermijden door verregaande richtlijnen en een overdadige onderwijsreglementering. Als je die landen (maar ook nog vele andere) vergelijkt met de open ingesteldheid in Vlaanderen, met een grote vrijheid van onderwijs, is het cultuurgebonden verschil erg duidelijk.

Er is ook nog het psychologische, intergenerationele mechanisme waarbij de bestaande generatie vrijwel altijd oordeelt, dat het vroeger beter was. In de geschiedenis is er een constante terug te vinden wanneer het gaat over de kwaliteit van de vorige generaties. De generaties die in de actieve leeftijd zitten, hebben telkens de neiging te stellen dat het vroeger beter was. Dat was al zo in de Romeinse tijd, maar dat keert terug in alle periodes. Petronius stelde reeds in die tijd “Nunc pueri scolis ludunt” (de kinderen doen op school niets anders meer dan spelen).

Wie zich de moeite zou getroosten om in de diverse historische periodes naar dergelijke uitspraken te zoeken, zal zeker goed aan zijn trekken komen. Iemand heeft eens ooit gezegd: als we de klachten van de opeenvolgende generaties in de geschiedenis over het peil van het onderwijs ernstig zouden nemen en dat tegenover de vorige generatie, dan zouden we nu nog in het Frankisch tijdperk zitten.

Gaat de kwaliteit achteruit?

Na het voorgaande zal het wel duidelijk zijn dat de vraag of de kwaliteit van het onderwijs achteruit gaat, verschillende antwoorden kan krijgen. Uiteraard hangt het antwoord af van het standpunt waaruit je de kwaliteit bekijkt.

Het is ongenuanceerd te stellen dat het onderwijs vroeger beter was. De vraag is immers of de normen die we gebruiken stabiel genoeg zijn om ze na zoveel jaren opnieuw te gebruiken. En daarover zal men ten minste genuanceerd moeten oordelen. De minste programmawijziging (en die komen nogal vaak voor), maakt dergelijke vergelijkingen met het verleden erg betwistbaar.

Het oude onderwijs op een verhoog zetten en het vernieuwde sowieso met de vinger wijzen, is in ieder geval nogal simplistisch. Verwachtingen in het onderwijs zijn niet stabiel en moeten regelmatig herijkt worden. Dat blijkt bijvoorbeeld al uit de nieuwe eindtermen. De normen, die we voor het beantwoorden van toetsvragen stellen, lijken niet op de gekende onveranderlijke meter die bewaard wordt in het Bureau International des Poids et des Mesures in Parijs.

Slogans als nivellering, niveauverlaging, kwaliteitsdaling en dergelijke zijn in discussies over kwaliteit nooit ver af. Ze worden in de hand gewerkt door goed georkestreerde internationale toetsen die in vele landen worden afgenomen. De tsunami van correlaties uit die toetsen, verbergt de vele methodologische beperkingen van dergelijke tests en a fortiori van het maken van rankings. De statistische spitstechnologie, uitgevoerd op deze toetsen, verbergt het gebrek aan validiteit van de voorgestelde toetsvragen als wereldwijde norm. Validiteit krijg je als er een duidelijke en gedragen arbitrage is over wat belangrijke kennis is. En die zal erg cultureel en situationeel gebonden zijn. Ze kan er maar zijn na een maatschappelijke en democratisch ondersteunde discussie, bekrachtigd door een gezagvolle instantie in ieder land, bijvoorbeeld een parlement. Het bepalen van kwaliteit is moeizaam werk. Er zijn veel belanghebbenden en daarom is het moeilijk om een evenwicht te vinden tussen de diverse visies.

Besluit

Een onderwijssysteem is kwaliteitsvol in een bepaald land of systeem als het beantwoordt aan de doelstellingen, die in dat land aan het onderwijs worden gesteld. Gezien de grote culturele verschillen, zoals boven gesteld, zal de eigen, gelegitimeerde kwaliteit de norm voor allerlei evaluaties moeten zijn. Het is nuttig om over de muren te kijken naar andere systemen, maar het overnemen van onderdelen uit die systemen zal moeten passen in het eigen systeem, op straffe van afstoting. Rankings van landen op kwaliteit, kan dus slechts op basis van volledig gelijke configuraties in de diverse landen en die zijn erg zeldzaam.

Bronnen

Standaert, R.(2014). De becijferde school. Meetcultus en meetcultuur. Leuven-Den Haag: Acco, 282 blz.

Vlaamse onderwijsraad, Onderwijskwaliteit in breed perspectief. Advies over versterken van interne kwaliteitszorg en leerlingenevaluatie. Brussel: Vlor, Advies Algemene Raad, 20 december 2018.

www.onderwijs.vlaanderen.be/peilingen

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s